Vaccinatie Kastratie Sterilisatie Diabetes Huidproblematiek Orthopedie Tandheelkunde  



Leven met een huisdier met diabetes
Wanneer er bij uw hond suikerziekte of diabetes wordt vastgesteld, is dit als eigenaar vaak even schrikken. Algemeen is suikerziekte bij de hond gelukkig goed te behandelen, al vraagt dat wel de nodige aandacht. Hieronder kan u alles eens rustig nalezen over de ziekte en zijn behandeling.

Alle honden kunnen diabetes krijgen, maar het zijn vooral honden van middelbare leeftijd en oudere dieren die gevoeligst zijn. Niet-gesteriliseerde vrouwelijke honden lopen een hoger risico. Tevens zijn het ras, obesitas en te weinig beweging risicofactoren.
Meest voorkomende klinische symptomen van diabetes zijn:
  • polyurie/polydipsie (veel plassen/veel drinken)
  • polyfagie (vraatzucht)
  • gewichtsverlies ondanks een goede eetlust
  • verhoogde gevoeligheid voor infecties (bv. urineweginfecties)

Wat is suikerziekte precies?
Bij de vertering in de darmen wordt voedsel afgebroken tot voor het lichaam bruikbare bouwstenen. De koolhydraten worden in de darmen voornamelijk afgebroken tot een suiker die glucose wordt genoemd. Glucose wordt vanuit de darm in het bloed opgenomen en na een maaltijd stijgt dus het aanbod van glucose vanuit de darm aan het bloed.

Insuline, dat gemaakt wordt door bepaalde cellen in de alvleesklier (pancreas), zorgt er voor dat alle lichaamscellen voldoende glucose kunnen opnemen en bovendien zorgt insuline er ook voor dat het glucosegehalte in het bloed binnen nauwe grenzen blijft.

Als er te weinig insuline is, blijft er teveel glucose in het bloed achter en is er sprake van suikerziekte. Bij suikerziekte is dus het glucosegehalte oftewel bloedsuikergehalte in het bloed verhoogd. Veel lichaamscellen hebben daarentegen bij een tekort aan insuline juist een gebrek aan de brandstof en bouwsteen glucose.

Een definitieve diagnose wordt gesteld bij de hond met verschijnselen van suikerziekte wanneer herhaaldelijk een te hoog glucosegehalte in het bloed wordt aangetoond en ook de urine glucose bevat.

Hoe ontstaat suikerziekte bij de hond?
Niet in alle gevallen is volledig duidelijk waarom suikerziekte bij een hond ontstaat. In sommige gevallen breekt het afweersysteem van de hond de cellen af die in de alvleesklier voor de afgifte van insuline zorgen. In andere gevallen leiden andere ziekten of behandeling met bepaalde medicijnen tot het ontstaan van suikerziekte bij de hond. Suikerziekte ontstaat in deze situaties doordat de werking van insuline wordt tegengegaan. Om dit te compenseren moet de alvleesklier meer insuline maken. Als dit niet lukt, of als de alvleesklier uitgeput raakt, is er onvoldoende insuline om het bloedglucosegehalte binnen de normale grenzen te houden en is er sprake van suikerziekte.

Bij het syndroom van Cushing produceren de bijnieren teveel van het hormoon cortisol. Cortisol vermindert de gevoeligheid van cellen voor insuline. Ook een langdurige behandeling van uw hond met bijnierschorshormonen (zoals dexamethasone of prednisolone), onder andere vaak gebruikt om jeuk en bepaalde ontstekingen tegen te gaan, kunnen op deze wijze leiden tot het ontstaan van suikerziekte.

Suikerziekte komt vaker voor bij teven dan bij reuen. De oorzaak hiervan is dat de eierstokken gedurende een periode van 8 tot 10 weken na elke loopsheid het hormoon progesteron afgeven. Dit progesteron kan bij de teef leiden tot een verhoogde productie van groeihormoon. Dit groeihormoon gaat, net als voorgenoemde bijnierschorshormonen, de werking van insuline tegen. Om deze reden is het aangewezen om niet-gesteriliseerde teven zo snel mogelijk te steriliseren. Hierdoor wordt de verhoogde productie van groeihormoon gestopt en kan de alvleesklier zich in sommige gevallen alsnog herstellen om de suikerziekte weer te laten verdwijnen. Teven waarbij de eierstokken operatief zijn verwijderd, hebben veel minder risico op het ontstaan van suikerziekte.

In de meeste gevallen kan men de oorzaak van suikerziekte echter niet zomaar wegnemen. Meestal kan het dier door een regelmatig leefpatroon en door een behandeling met insuline toch een vrijwel normaal leven leiden. De behandeling vraagt van de eigenaar wel een zekere discipline, zowel voor de voeding als voor de medicatie.

De behandeling van suikerziekte
Zoals reeds gezegd, wordt suikerziekte veroorzaakt door een tekort aan insuline. Daarom moet dit tekort dagelijks, op vaste tijdstippen worden aangevuld met een insuline-injectie. Als eigenaar van een suikerzieke hond zal u dus moeten leren insuline onderhuids te injecteren. Dit lijkt eng, maar in de praktijk valt dit best mee.

Omdat de hoeveelheid insuline is afgestemd op de hoeveelheid glucose die uw dier op een dag nodig heeft, is regelmaat in de voeding erg belangrijk. Het is van belang dat uw hond dagelijks eenzelfde hoeveelheid voedsel van een zo constant mogelijke samenstelling krijgt.

Omdat in het begin nog niet precies bekend is hoe groot het insulinetekort bij uw hond is, moet de juiste dosering worden gezocht. Anders gezegd: uw hond moet worden ingesteld. Na de vastgestelde diagnose stellen wij dan ook meestal voor dat uw hond bij ons enkele dagen wordt gehospitaliseerd. Hier kunnen wij aan de hand van regelmatige bloednames het bloedglucosegehalte nauwkeurig opvolgen en indien nodig de dosering aanpassen. Eenmaal gestabiliseerd, mag je hond opnieuw mee naar huis. Alvorens uw vertrek geven we u nog alle nodige uitleg omtrent de ziekte en zijn behandeling. Zo leren we u ook het zelf inspuiten van insuline aan. De hond zal met de juiste dosis snel herstellen, hij wordt opnieuw levendiger en het vele drinken en plassen zal afnemen. Ook het aantal controles kan fel verminderd worden.

Regelmatige controles blijven echter wel noodzakelijk. Na verloop van tijd kan de behoefte aan insuline immers veranderen en kan een aanpassing van de dosering nodig zijn. Meestal kan de hond door een regelmatig leefpatroon en door behandeling met het insulinepatroon een vrijwel normaal leven leiden. De levensverwachting van een goed ingestelde hond met suikerziekte is dan ook vergelijkbaar met die van een dier zonder deze ziekte.

De perfecte inspuiting in 5 stappen:

1. Vul het spuitje met de naald naar boven toe.

2. Verwijder eventuele luchtbelletjes door zachtjes op het spuitje te tikken en duw voorzichtig op de spuit tot een druppel insuline verschijnt aan de naald.

3. Trek de huid naar boven op de plaats waar u wil injecteren.

4. Prik met de naald in de huidplooi en laat de huid weer zachtjes los.

5. Injecteer langzaam en op regelmatig tempo de volledige inhoud in één vloeiende beweging.

Sinds kort bestaan er ook insulinepennen die het doseren en toedienen vereenvoudigen, meer informatie is bij uw dierenarts te verkrijgen.